ECLI:NL:RBDOR:2010:BN4515
Rechtbank Dordrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens werkweigering tijdens ziekte niet rechtsgeldig
In deze kortgedingzaak tussen een zieke werknemer en zijn werkgever staat centraal of de opschorting van loonbetaling door de werkgever terecht was en of het ontslag op staande voet rechtsgeldig was. De werknemer was sinds november 2009 arbeidsongeschikt wegens een depressie en ontving vanaf januari 2010 geen loon meer omdat hij volgens de werkgever onvoldoende meewerkte aan re-integratie.
De kantonrechter stelt vast dat de werknemer aanvankelijk terecht niet meewerkte aan mediation op advies van het UWV en dat hij later wel mediationgesprekken voerde. De werkgever had het loon onterecht opgeschort, aangezien de werknemer zijn verplichtingen niet zonder reden had opgeschort. De werknemer had het recht om zijn werkverplichting op te schorten zolang de werkgever het loon niet betaalde.
Het ontslag op staande voet wegens werkweigering wordt daarom niet geaccepteerd. De kantonrechter veroordeelt de werkgever tot betaling van het achterstallige loon, pensioenpremies en ingehouden spaarloon, met een gematigde wettelijke verhoging en rente. De vordering tot voortzetting van loonbetaling in de toekomst wordt afgewezen vanwege de voorgeschiedenis. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Werkgever moet achterstallig loon, pensioenpremies en spaarloon betalen; ontslag op staande voet wordt nietig verklaard.