ECLI:NL:RBDOR:2010:BN3839
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.E.I. Beudeker
- B.M.R.M. Edelhauser-van Vlijmen
- F.J. Koningsveld
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vervolging belaging minderjarige dochter en vrijspraak belaging ex-vrouw
De rechtbank Dordrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van belaging van zijn ex-vrouw en zijn minderjarige dochter. Belaging is een klachtdelict, waarvoor een geldige klacht vereist is. De klacht van de minderjarige dochter was door haarzelf ingediend terwijl zij 15 jaar was, wat wettelijk niet toegestaan is; een wettige vertegenwoordiger had dit moeten doen. Tevens is de dochter niet door het Openbaar Ministerie gehoord over de wenselijkheid van vervolging, waardoor het OM niet-ontvankelijk werd verklaard voor dit feit.
Ten aanzien van de belaging van de ex-vrouw oordeelde de rechtbank dat de gedragingen van verdachte, waaronder elf beledigende sms-berichten, één openbare belediging en het tweemaal fotograferen van de woning van de ex-vrouw over een periode van 17 maanden, onvoldoende waren om te spreken van stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. De rechtbank nam mee dat de ex-echtelieden vaak op elkaar reageerden en dat de relatie problematisch was, maar dit rechtvaardigde geen strafrechtelijke belaging.
De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van belaging van zijn ex-vrouw. Daarnaast wees de rechtbank de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding af, omdat verdachte werd vrijgesproken. De rechtbank veroordeelde de benadeelde partij in de proceskosten en wees haar vordering toe aan de burgerlijke rechter.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard voor belaging van de minderjarige dochter en verdachte is vrijgesproken van belaging van zijn ex-vrouw.