ECLI:NL:RBDOR:2010:BM6202
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij herziening bijstand alleenstaande ouder wegens uithuisplaatsing kinderen
Verzoekster, een alleenstaande ouder, kreeg haar bijstand herzien naar de norm voor een alleenstaande omdat haar kinderen sinds 20 november 2008 uit huis zijn geplaatst in een instelling. Verzoekster betwistte dit en stelde dat zij wel recht had op bijstand als alleenstaande ouder, mede vanwege het ontvangen van kinderbijslag en het betalen van een ouderbijdrage aan het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBOI).
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster geen volledige zorg voor haar kinderen heeft, waardoor zij niet als alleenstaande ouder kan worden aangemerkt volgens artikel 4, eerste lid, aanhef en onder b, van de WWB. Het ontvangen van kinderbijslag maakt dit niet anders. Ook het betalen van een ouderbijdrage aan het LBOI leidt niet tot een ander oordeel, mede omdat verzoekster onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat deze bijdrage onredelijk is in relatie tot de terugvordering van bijstand.
Verder faalde het betoog van verzoekster dat de inhouding van € 90,66 per maand op haar bijstandsuitkering onredelijk was. De voorzieningenrechter zag geen aanwijzingen dat deze invordering niet volgens de regels was vastgesteld of dat verzoekster hierdoor in onaanvaardbare financiële problemen zou komen.
Al met al concludeerde de voorzieningenrechter dat het bezwaar van verzoekster onvoldoende kansrijk is en dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen. Er was ook geen aanleiding voor een kostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de herziening van de bijstand wordt afgewezen.