ECLI:NL:RBDOR:2010:BM5156
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwikkeling huwelijksgoederengemeenschap en nalatenschap met afkoop vruchtgebruik
Op 20 juni 2006 overleed erflaatster, gehuwd in gemeenschap van goederen met eiser, met twee minderjarige kinderen als erfgenamen. Erflaatster had in haar testament haar kinderen als erfgenamen benoemd en haar broer als bewindvoerder over hun erfdeel tot zij 21 jaar werden. Het vruchtgebruik van de nalatenschap was aan eiser gelegateerd, maar nog niet gevestigd.
Eiser vorderde dat de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap en nalatenschap zou worden vastgesteld, waarbij hij alle vermogensbestanddelen zou krijgen onder betaling van een bedrag aan de kinderen dat overeenkomt met de bloot-eigendomswaarde van hun erfdeel. De bewindvoerder stelde zich primair op het standpunt dat eiser niet-ontvankelijk was en subsidiair dat het vruchtgebruik volgens het testament moest worden gevestigd zonder afkoop.
De rechtbank oordeelde dat de bewindvoerder wel bevoegd was om de kinderen te vertegenwoordigen en dat de peildatum voor waardering 20 juni 2006 was. De waarde van de gemeenschap werd vastgesteld op €1.541.252 minus passiva van €556.791, waarvan de nalatenschap de helft was. De waarde van het vruchtgebruik werd berekend op 52%, waardoor eiser 48% van de waarde van de erfdelen zonder vruchtgebruik aan de kinderen moest uitkeren, totaal €251.064.
De rechtbank veroordeelde eiser tot betaling van dit bedrag aan de bewindvoerder binnen vier weken, waarmee de gemeenschap en nalatenschap volledig werden afgewikkeld. Proceskosten werden gecompenseerd en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Eiser wordt veroordeeld tot betaling van €251.064 aan de kinderen ter afkoop van het vruchtgebruik, waarmee de nalatenschap en gemeenschap volledig zijn afgewikkeld.