ECLI:NL:RBDOR:2010:BM2702
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag na weigering vergoeding
De werknemer was van 1994 tot 2009 in dienst bij de Stichting als directeur/zakelijk leidster. De arbeidsovereenkomst werd beëindigd vanwege het wegvallen van subsidie door de gemeente, waardoor de Stichting haar activiteiten moest staken. De Stichting bood de werknemer tweemaal een vergoeding van €60.000 aan, welke zij beide keren weigerde.
De werknemer vorderde vervolgens een schadevergoeding van in totaal €112.507,36 wegens kennelijk onredelijk ontslag, onder meer vanwege inkomensverlies, immateriële schade en pensioenschade. De Stichting voerde aan dat het ontslag bedrijfseconomisch was en dat het aangeboden bedrag redelijk was, mede omdat zij zelf niet over voldoende middelen beschikte en de gemeente de subsidieverstrekker was.
De kantonrechter oordeelde dat bij een dienstverband dat afhankelijk is van subsidies, het wegvallen daarvan het voortbestaan van de functie vaak onmogelijk maakt en dat het doen van een redelijk aanbod zoals hier het geval was, niet automatisch tot kennelijk onredelijk ontslag leidt. Omdat de werknemer het aanbod van €60.000 tweemaal heeft afgewezen, heeft zij zelf het risico genomen dat er geen hoger bod meer zou komen. De vordering werd daarom afgewezen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen omdat de werkgever een redelijk aanbod deed dat door de werknemer werd geweigerd.