ECLI:NL:RBDOR:2010:BM1574
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Loondoorbetalingsverplichting bij ziekte en omvang arbeidsovereenkomst
Werkneemster was sinds 2003 in dienst bij Hador Elektroshop B.V. met een arbeidsovereenkomst voor 16 tot 32 uur per week. Vanaf februari 2007 meldde zij zich ziek en werkte niet meer. Zij vordert loondoorbetaling over de periode tot februari 2010 op basis van een 40-urige werkweek, stellende dat partijen mondeling overeenkwamen dat zij structureel 40 uur zou werken. Werkgever betwist dit en voert aan dat de 40 uur slechts tijdelijk was tijdens een drukke periode.
De kantonrechter laat werkneemster toe bewijs te leveren van haar stelling dat zij structureel 40 uur werkte. Indien dit niet lukt, wordt het vermoeden van artikel 7:629b BW toegepast: de 40 uur geldt slechts tijdelijk van oktober 2006 tot februari 2007, waarna de arbeidsduur terugvalt naar gemiddeld 19,5 uur per week. De loondoorbetalingsverplichting wordt daarop afgestemd.
Verder is vastgesteld dat werkneemster ziek was in de zin van artikel 7:629 BW Pro en dat de loondoorbetalingsverplichting zich uitstrekt tot februari 2010 vanwege een UWV-beslissing. De zaak wordt verwezen naar een openbare terechtzitting voor bewijslevering en nadere processtukken over de CAO en de vermeerdering van eis.
Uitkomst: Werkneemster mag bewijs leveren dat zij structureel 40 uur werkte; bij ontbreken daarvan geldt het vermoeden van tijdelijke 40 uur en wordt loondoorbetaling afgestemd op 19,5 uur per week.