ECLI:NL:RBDOR:2010:BM0117
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning leidt tot verlaging en proceskostenvergoeding
Eiseres maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning, die door verweerder aanvankelijk op €361.000 werd gesteld en na bezwaar werd verlaagd tot €289.000. Eiseres betoogde dat de waarde op de waardepeildatum €271.000 bedroeg, onderbouwd met een verkoopprijs uit juni 2008 en een taxatierapport. Verweerder bracht een taxatierapport in dat referentieobjecten gebruikte, maar sloot de verkoopprijs van eiseres uit vanwege de latere overdrachtsdatum.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet in zijn bewijslast was geslaagd omdat het verkoopcijfer niet onredelijk ver van de waardepeildatum lag en de voorwaarde van latere overdracht de verkoopdatum niet verschuift. Het taxatierapport van eiseres voldeed niet als onderbouwing. Beide partijen slaagden er niet in de waarde aannemelijk te maken, zodat de rechtbank de waarde in goede justitie vaststelde op €275.000.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de eerdere besluiten en bepaalde dat de aanslag evenredig wordt verminderd. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €967,46 en het griffierecht van €39. De rechtbank wees erop dat eerdere WOZ-beschikkingen onherroepelijk zijn en niet meer ambtshalve kunnen worden herzien.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €275.000 en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.