ECLI:NL:RBDOR:2009:BK5118
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.A.C. Prins
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanslagen waterschapsbelasting wegens onredelijke en willekeurige heffing voor dijkpercelen
Eiser betwistte de aanslagen waterschapsbelasting opgelegd door het waterschap Hollandse Delta voor zijn dijkpercelen. Het waterschap had geen aparte omslagklassen voor deze percelen vastgesteld, ondanks verschillen in ligging en hoedanigheid. Eiser verwees naar eerdere jurisprudentie en stelde dat deze verschillen een aparte behandeling vereisten.
De rechtbank overwoog dat het waterschap slechts gehouden is aparte omslagklassen in te stellen indien verschillen in hoedanigheid of ligging leiden tot een onevenredig voor- of nadeel. Verweerder kon echter niet aannemelijk maken dat zulke verschillen niet bestonden of niet relevant waren. De rapporten waarop verweerder zich baseerde hielden onvoldoende rekening met de specifieke kenmerken van de dijkpercelen.
De rechtbank concludeerde dat de Verordening leidt tot een onredelijke en willekeurige belastingheffing voor eiser en vernietigde de aanslagen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten voor rechtsbijstand.
Uitkomst: De aanslagen waterschapsbelasting voor de dijkpercelen worden vernietigd wegens onredelijke en willekeurige heffing.