ECLI:NL:RBDOR:2009:BJ7683
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling en verrekening van vorderingen na faillissement met stil verpanding
In deze civiele zaak stond centraal of de debiteur zich terecht kon beroepen op verrekening van vorderingen met de failliete onderneming Zwart Bouwelementen B.V., waarvan de vorderingen stil verpand waren aan de Rabobank. De Rabobank vorderde betaling van openstaande facturen, terwijl de debiteur stelde dat hij deze facturen had verrekend met tegenvorderingen op Zwart.
De rechtbank stelde vast dat Zwart haar vorderingen op debiteuren in april 2005 stil had verpand aan de Rabobank. Na het faillissement van Zwart in september 2007 werd de debiteur door de bank gesommeerd tot betaling. De debiteur betwistte de vordering en voerde verrekening aan, zowel voor als na het faillissement.
De rechtbank oordeelde dat de debiteur zich inderdaad voor het faillissement op verrekening had beroepen en dat de verrekeningsverklaring door partijen was afgelegd. Hoewel de Rabobank stelde dat een eerdere verrekening had plaatsgevonden, werd slechts een deel van de vordering van de bank toegewezen. De rechtbank wees de incassokosten af wegens onvoldoende onderbouwing en veroordeelde de debiteur tot betaling van € 14.120,02 vermeerderd met wettelijke rente, met veroordeling in proceskosten. Het verstekvonnis werd vernietigd en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De debiteur wordt veroordeeld tot betaling van €14.120,02 met rente, deels op grond van verrekening, en de rest van de vordering wordt afgewezen.