ECLI:NL:RBDOR:2009:BJ4983
Rechtbank Dordrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Opheffing dwangsom en toewijzing gedeeltelijke geldvordering in kort geding over eigendomsoverdracht
In deze zaak stond de opheffing van een dwangsom centraal die was opgelegd bij een vonnis van 25 juni 2009 aan eiseres, een vastgoedvennootschap, om medewerking te verlenen aan de eigendomsoverdracht van een woonhuis. De dwangsom bedroeg eenmalig €100.000 met een dagboete van €5.000 bij niet-nakoming.
Eiseres had de koopprijs tijdig gestort en medewerking verleend aan de overdracht, maar de daadwerkelijke levering vond later plaats dan de in het vonnis gestelde termijn, mede door omstandigheden zoals sluiting van het notariskantoor en het ontbreken van een aflossingsnota in het weekend. De rechtbank oordeelde dat het onredelijk was om eiseres meer inspanning te vergen dan zij had betracht en hief daarom de dwangsom op.
Daarnaast vorderde eiseres betaling van een bedrag ter zake van courtage en kosten, waarvan de helft van de courtage werd toegewezen conform de overeenkomst tussen partijen. De vordering van gedaagden tot betaling van rente werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en verrekening met de vordering van eiseres. Beide partijen werden veroordeeld in hun proceskosten.
Uitkomst: De dwangsom wordt opgeheven en gedaagden worden veroordeeld tot betaling van €2.441,24 plus rente aan eiseres.