ECLI:NL:RBDOR:2009:BJ2095
Rechtbank Dordrecht
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskosten en schadevergoeding na vaststellingsovereenkomst in bestuursrechtelijk geschil
De rechtbank Dordrecht behandelde een bestuursrechtelijke procedure waarin verzoeker bezwaar maakte tegen een bestuursdwangbesluit van de gemeente om bouwwerken en dieren te verwijderen van een perceel. Na mediation sloten partijen een vaststellingsovereenkomst waarin zij overeenkwamen het geschil te beëindigen. Verzoeker trok het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten en mediationkosten op grond van artikel 8:75a en 8:73a van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank oordeelde dat de vaststellingsovereenkomst een duidelijke bepaling bevatte waarin partijen verklaarden niets meer van elkaar te vorderen te hebben met betrekking tot het geschil. Hierdoor liet de overeenkomst geen ruimte voor een veroordeling tot proceskosten of schadevergoeding. Verzoekers stelling dat de proceskosten buiten de mediation waren gehouden en dat sprake was van tegemoetkoming werd niet gevolgd.
Daarmee werd het verzoek van verzoeker afgewezen. De rechtbank wees zowel het verzoek om schadevergoeding als het verzoek om proceskostenveroordeling af. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders, was niet verschenen bij de zitting. De uitspraak werd gegeven door rechter P. Putters op 3 juli 2009.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding en schadevergoeding werd afgewezen wegens duidelijke vaststellingsovereenkomst waarin partijen niets meer van elkaar vorderen.