ECLI:NL:RBDOR:2009:BI2880
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling huurregime en ontruimingstermijn kantoorruimte met woongebruik
De zaak betreft een geschil tussen huurder en verhuurder over de kwalificatie van een gehuurde onroerende zaak en de geldigheid van de huuropzegging. De huurder stelde dat het gehuurde deels woonruimte betrof, waardoor het beschermde woonruimtehuurregime van toepassing zou zijn, en verzocht om schorsing van ontruiming en verlenging van de termijn tot één jaar.
De verhuurder betwistte het woongebruik en stelde dat het gehuurde kantoorruimte is, waarop het minder beschermde regime van artikel 7:230a BW van toepassing is. Tevens verzocht verhuurder om vaststelling van een hogere gebruikersvergoeding over de verlengingsperiode.
De rechtbank onderzocht de inrichting en partijbedoeling ten tijde van het aangaan van de huurovereenkomst. Geconcludeerd werd dat het gehuurde in overwegende mate kantoorruimte was en dat het woongebruik niet aannemelijk was. De huuropzegging werd als geldig beoordeeld. De belangenafweging wees uit dat de belangen van verhuurder zwaarder wegen dan die van huurder en onderhuurder, zodat alleen een redelijke verlenging van de ontruimingstermijn met één maand werd toegewezen.
Het verzoek tot vaststelling van een hogere gebruikersvergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De kosten van de procedure werden gecompenseerd, zodat elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De ontruimingstermijn wordt met één maand verlengd tot 1 juni 2009, overige verzoeken worden afgewezen.