ECLI:NL:RBDOR:2009:BH3864
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen werknemer na eigen ontslag tijdens arbeidsongeschiktheid
De werknemer trad in juni 2004 in dienst bij Optima Hypotheekplan Nederland B.V. en werd in januari 2006 benoemd tot Senior Financieel Adviseur. Na herseninfarcten in juni 2006 was hij arbeidsongeschikt, maar wilde hij in september 2006 zijn werkzaamheden hervatten. Optima stemde hier niet mee in vanwege medisch advies.
Op 1 november 2006 zegde de werknemer met terugwerkende kracht tot 25 september 2006 zijn arbeidsovereenkomst op en sloot hij een vennootschapsovereenkomst met Optima om als zelfstandige via een franchiseformule te werken. De oprichting van zijn besloten vennootschap mislukte echter.
De werknemer voerde aan dat er na 25 september 2006 nog steeds een arbeidsovereenkomst of anders een overeenkomst van opdracht bestond en vorderde loon, provisie en bonusbetalingen. Optima betwistte dit en stelde dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig was geëindigd en dat de relatie vanaf die datum een vennootschapsovereenkomst betrof.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer zijn ontslag duidelijk en ondubbelzinnig had genomen en dat Optima hier gerechtvaardigd op mocht vertrouwen. Het rechtsvermoeden van voortzetting van de arbeidsovereenkomst werd door Optima weerlegd, mede omdat partijen een vennootschapsovereenkomst waren aangegaan en de werknemer als zelfstandige werkte. Ook was er geen overeenkomst van opdracht.
De vorderingen van de werknemer werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is rechtsgeldig geëindigd per 25 september 2006 en alle vorderingen van de werknemer worden afgewezen.