ECLI:NL:RBDOR:2009:BH3418
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsincident bij indeplaatsstelling huurovereenkomst bedrijfsruimte
In deze zaak vordert eiser machtiging om een derde in zijn plaats te stellen in een huurovereenkomst met betrekking tot een bedrijfsruimte in het CJMV-gebouw te Sliedrecht. De overeenkomst geeft eiser het recht om een zaal te verhuren en een buffet te exploiteren, tegen betaling en onder de verplichting tot beheer van het gehele gebouw en bewoning van een dienstwoning.
Gedaagde stelt dat de overeenkomst niet als huurovereenkomst kan worden aangemerkt, waardoor de kantonrechter niet bevoegd zou zijn. Eiser betoogt dat de overeenkomst alle wezenlijke kenmerken van een huurovereenkomst bevat en dat de kantonrechter daarom wel bevoegd is.
De kantonrechter stelt vast dat de overeenkomst voldoet aan de definitie van huur volgens artikel 7:201 BW Pro, omdat een gedeelte van het gebouw ter beschikking wordt gesteld tegen een voldoende bepaalbare tegenprestatie. De aanvullende verplichtingen van eiser, zoals beheer en bewoning, zijn niet zodanig dominant dat de overeenkomst niet als huur kan worden gekwalificeerd.
Daarom verklaart de kantonrechter zich bevoegd en veroordeelt gedaagde in de kosten van het incident. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor verdere behandeling.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich bevoegd en veroordeelt gedaagde in de kosten van het incident.