ECLI:NL:RBDOR:2008:BI3147
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtspositie en ontslag arbeidsrelatie tussen verzoeker en Hoofdbedrijfschap
Verzoeker was sinds 1980 in dienst van een Bedrijfschap en later het Hoofdbedrijfschap, waarbij hij de functie van secretaris van een commissie bekleedde. Na diverse procedures over schorsing en ontbinding van de arbeidsovereenkomst, werd het dienstverband door het Hoofdbedrijfschap opgezegd per 30 september 2008. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze opzegging, dat door verweerder niet-ontvankelijk werd verklaard. Hiertegen stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoeker geen ambtenaar is in de zin van de Ambtenarenwet, mede gelet op het vonnis van de kantonrechter waarin werd overwogen dat de arbeidsrelatie berust op een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, geregeld door specifieke verordeningen van het Hoofdbedrijfschap. De opzegging van de arbeidsovereenkomst is daarmee geen publiekrechtelijke rechtshandeling en valt niet onder het bestuursrecht.
Daarom is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en is het beroep bij de bestuursrechter ongegrond. De voorzieningenrechter zag geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening en wees het verzoek af. De zaak dient bij de civiele rechter behandeld te worden.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de arbeidsovereenkomst civielrechtelijk is en niet onder het bestuursrecht valt.