ECLI:NL:RBDOR:2008:BG5419
Rechtbank Dordrecht
- Wraking
- R.R. Roukema
- B.C. Vink
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens ontbreken objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechter
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter wegens vermeende vooringenomenheid en partijdigheid, gebaseerd op vragen die de rechter stelde tijdens de comparitie over de formele procespositie en de geldigheid van een machtiging.
De kantonrechter betwistte de beschuldigingen en stelde dat hij binnen zijn ambtelijke bevoegdheid handelde door ambtshalve de procesposities te toetsen en vragen te stellen die de grenzen van de rechtsstrijd afbakenen.
De wrakingskamer oordeelde dat de rechter moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er objectief gerechtvaardigde aanwijzingen zijn voor partijdigheid. Uit het dossier en de zitting bleek dat de rechter ook de wederpartij dezelfde vragen stelde en niet buiten de rechtsstrijd trad.
Daarnaast werd het wrakingsverzoek afgewezen omdat verzoekster niet tijdig alle gronden had ingebracht en de vermeende partijdigheid niet objectief kon worden vastgesteld.
De procedure werd voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.