ECLI:NL:RBDOR:2008:BG3557
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verwijdering leerling met syndroom van Down wegens handelingsverlegenheid school
De zaak betreft het besluit van de Stichting Openbaar Primair Onderwijs Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel om een leerling met het syndroom van Down te verwijderen van een reguliere basisschool wegens handelingsverlegenheid. De school heeft zich gedurende vijf jaar intensief ingespannen voor de leerling, maar concludeert dat de zorgbehoefte van de leerling niet meer te combineren is met de gang van zaken in de combinatiegroep 5/6.
Verzoekers, de ouders van de leerling, betwisten het besluit en voeren aan dat de school onvoldoende gemotiveerd heeft waarom er sprake is van handelingsverlegenheid, dat externe expertise niet is ingeschakeld en dat de veiligheid van andere leerlingen niet in het geding is. Tevens stellen zij dat de verwijdering zonder hun instemming niet is toegestaan en dat de voorgeschreven procedure niet volledig is gevolgd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het bevoegd gezag een discretionaire bevoegdheid heeft en dat de belangenafweging terughoudend wordt getoetst. De school heeft op professionele gronden en met ondersteuning van een onderwijsconsulent en een advies van het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE) handelingsverlegenheid vastgesteld. De voorzieningenrechter acht de motivering voldoende en ziet geen reden om de belangenafweging te herzien.
Hoewel de formele procedure niet volledig is gevolgd, is de belangenverstrengeling van verzoekers niet aangetoond. Ook is voldaan aan de vereiste zoektocht naar een andere school, waarbij een plaatsing op een andere reguliere school nog openstaat. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het verwijderingsbesluit wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.