ECLI:NL:RBDOR:2008:BE8942
Rechtbank Dordrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing uitvoerbaarheid vonnis toescheiding woningen na beëindiging relatie
Partijen, voormalig samenwonenden met twee kinderen, zijn gezamenlijk eigenaar van meerdere woningen. Na beëindiging van hun relatie is een vonnis gewezen dat de man veroordeelt zijn onverdeelde helft in de woningen aan de vrouw toe te wijzen, met dwangsommen bij niet-nakoming. De man vordert schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van dit vonnis, stellende dat het vonnis berust op een feitelijke misslag en dat nieuwe feiten een noodtoestand creëren.
De rechtbank overweegt dat de kinderen van partijen weliswaar een andere visie hebben op de toescheiding, maar dat dit niet betekent dat het vonnis op een feitelijke misslag berust of dat de situatie is gewijzigd. De belangenafweging omtrent de woningen behoort aan de rechter toe, en de visie van de kinderen is onvoldoende om de schorsing te rechtvaardigen.
Verder is niet aannemelijk dat de man door de tenuitvoerlegging in een noodsituatie komt, noch dat de vrouw misbruik maakt van haar bevoegdheid tot executie. De man zal mogelijk overdrachtsbelasting moeten betalen, maar dit risico was voorzienbaar. De dwangsommen dienen als prikkel tot nakoming en zullen vervallen bij vernietiging in hoger beroep.
De rechtbank concludeert dat de vordering tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad wordt afgewezen en dat ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Vordering man tot schorsing van uitvoerbaarheid bij voorraad van het vonnis wordt afgewezen.