ECLI:NL:RBDOR:2008:BC7874
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit eerste ziektedag wegens schending hoor en wederhoor en onvoldoende motivering
De zaak betreft een beroep van een werkgever tegen een besluit van het UWV waarin de eerste ziektedag van haar werknemer is vastgesteld op 1 april 2005, met toekenning van ziekengeld vanaf die datum. De werkgever stelt dat deze vaststelling onjuist is en financiële nadelige gevolgen voor haar heeft bij een eventuele WIA-uitkering van de werknemer.
De rechtbank oordeelt dat de werkgever wel degelijk belanghebbende is bij het besluit, ook al kan zij later bezwaar maken tegen een WIA-besluit. De rechtbank volgt de werkgever in haar standpunt dat het UWV de eerste ziektedag onjuist heeft vastgesteld, mede omdat de werknemer het grootste deel van de periode heeft gewerkt en niet om deze ingangsdatum heeft gevraagd. Tevens is de werkgever vooraf niet gehoord, wat in strijd is met het hoor en wederhoor.
Daarnaast ontbreekt een deugdelijke motivering waarom de werknemer vanaf 1 april 2005 ongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit, en veroordeelt het UWV tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van de werkgever.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot vaststelling van de eerste ziektedag wordt vernietigd.