ECLI:NL:RBDOR:2008:BC5181
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor schriftelijke bedreiging van advocaat tijdens detentie
De verdachte, zonder vaste woon- of verblijfplaats en gedetineerd in Dordrecht, heeft op 22 november 2007 zijn advocaat schriftelijk bedreigd met een misdrijf tegen het leven gericht. De bedreiging bestond uit een dreigende brief waarin hij onder meer schreef dat hij de advocaat zou vinden en dat er 'no mercy' zou zijn.
De rechtbank achtte de dagvaarding geldig, de rechtbank bevoegd en de officier van justitie ontvankelijk. De bedreiging werd wettig en overtuigend bewezen verklaard op basis van de brief en overige bewijsmiddelen. De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en een rapport van Bouman GGZ waaruit bleek dat de kans op recidive hoog is. De verdachte had tijdens detentie al eerder strafbare feiten gepleegd en was eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten. De rechtbank legde een gevangenisstraf van zes maanden op, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een bijzondere voorwaarde tot reclasseringscontact.
De tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf werd gelast vanwege het nieuwe strafbare feit. De rechtbank achtte reclasseringsbegeleiding geïndiceerd en legde dit als bijzondere voorwaarde op. De tijd in voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht. Het vonnis werd uitgesproken door voorzitter mr. M.J.A. Plaisier.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf, waarvan twee maanden voorwaardelijk met reclasseringsbegeleiding.