ECLI:NL:RBDOR:2007:BB9722
Rechtbank Dordrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding en boete na onrechtmatige tussentijdse opzegging raamcontract beveiligingsdiensten
Tussen eiseres en gedaagde bestond een raamcontract voor het leveren van beveiligingsmedewerkers voor minimaal drie jaar. Gedaagde zegde dit contract tussentijds op, waarna eiseres schadevergoeding en boete vorderde wegens wanprestatie en overtreding van het beding omtrent overname personeel.
Gedaagde voerde aan dat het raamcontract was vervangen door een nieuwe overeenkomst die wel tussentijds opzegbaar was, dat de algemene voorwaarden niet van toepassing waren, en dat eiseres de schade onvoldoende had onderbouwd. De voorzieningenrechter oordeelde dat het raamcontract een minimumduur van drie jaar had en dat gedaagde niet gerechtigd was tussentijds op te zeggen, waardoor wanprestatie was vastgesteld.
Echter, de gevorderde schadevergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het grote restitutierisico. Ook de boete wegens overname personeel werd afgewezen omdat het oordeel van de bodemrechter onzeker is en de situatie tijdelijk was. De buitengerechtelijke kosten werden niet toegewezen. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vorderingen van eiseres worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en onzekerheid over boete, eiseres wordt veroordeeld in proceskosten.