ECLI:NL:RBDOR:2007:BB7367
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewijsverdeling en aansprakelijkheid bij schade aan schip door sleepassistentie
In deze civiele procedure staat de aansprakelijkheid voor schade aan het schip “En Avant 18” centraal, ontstaan tijdens sleepassistentie aan het zeeschip Shieldhall op 13 mei 2004.
Gedaagde werd door de rechtbank opgedragen te bewijzen dat de schade het gevolg was van de ongeschiktheid van het schip voor de sleepwerkzaamheden of door nalatigheid of schuld van de opvarenden. Gedaagde legde een deskundigenrapport over waarin werd geconcludeerd dat het schip stabiliteitsproblemen had en dat de bemanning niet over voldoende kwaliteiten beschikte.
De rechtbank oordeelde echter dat het enkele feit van verminderde stabiliteit niet voldoende was om het oorzakelijk verband met de schade aan te tonen. Ook was niet gebleken van verwijtbaar handelen van de bemanning. Hierdoor faalde het bewijs van gedaagde. De schade komt voor rekening van gedaagde, maar eiseressen moeten de omvang van hun schade bewijzen. De zaak werd verwezen naar een rolzitting voor verdere bewijslevering.
Uitkomst: Gedaagde faalt in bewijs dat schade door ongeschiktheid of nalatigheid is veroorzaakt; eiseressen moeten omvang schade bewijzen.