ECLI:NL:RBDOR:2007:BB3250
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering omzetgerelateerde vergoeding na bewijslevering in orthodontiepraktijk
Eiser vorderde een omzetgerelateerde vergoeding van gedaagde 1 en de betrokken BV's in verband met werkzaamheden in een orthodontiepraktijk. De rechtbank stelde eiser in de bewijsopdracht om aan te tonen dat gedaagde 1 geen aanvullende voorwaarden aan de vergoeding had verbonden en dat de rendementsvergoeding alleen boven de omzetgerelateerde vergoeding zou gaan bij praktijkkosten boven 55% van de omzet.
Tijdens getuigenverhoren verklaarden eiser en getuigen over mondelinge onderhandelingen en afspraken, waaronder een dagvergoeding en een percentage van de omzet. Gedaagde 1 stelde dat aanvullende voorwaarden zoals een minimum aantal patiënten, een concurrentiebeding en een opzegtermijn waren besproken. De rechtbank oordeelde dat eiser niet slaagde in de bewijsopdracht, mede omdat verklaringen van eiser en getuigen onvoldoende sterk waren tegenover die van gedaagde 1 en andere bewijsstukken.
De rechtbank concludeerde dat de vordering van eiser op de omzetgerelateerde vergoeding moest worden afgewezen. Ook de eerdere afwijzing van de vordering tegen Aptus en gedaagde 1 werd bevestigd. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten van de gedaagden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van eiser af wegens onvoldoende bewijs van de overeengekomen voorwaarden.