ECLI:NL:RBDOR:2007:BB3128
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.A.C. Prins
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde seniorenwoning voor tijdvak 2005-2006
Eiser betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn seniorenwoning, gelegen in het centrum van zijn woonplaats, en stelde dat de waarde niet hoger mocht zijn dan €150.000. Hij voerde aan dat de gehanteerde referentieobjecten niet vergelijkbaar waren en dat een stuk grond van circa 40 m² ten onrechte was meegenomen in de waardering.
Verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente, had de waarde aanvankelijk vastgesteld op €203.000, na bezwaar verlaagd naar €190.000. Ter onderbouwing werd een taxatierapport overgelegd waarin marktgegevens van vergelijkbare woningen in de directe omgeving waren gebruikt. De rechtbank oordeelde dat de referentieobjecten voldoende vergelijkbaar waren en dat de verschillen in woningtype, inhoud en kaveloppervlakte adequaat waren verwerkt.
De rechtbank achtte niet aannemelijk dat het seniorenkarakter van de woning een waardedrukkend effect had, mede gelet op de sociaal-geografische ontwikkelingen zoals vergrijzing. Ook het betwiste stuk grond werd als volwaardig onderdeel van het perceel beschouwd. Gezien het ontbreken van overtuigend bewijs van eiser, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de vastgestelde WOZ-waarde van €190.000.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €190.000 bevestigd.