ECLI:NL:RBDOR:2007:BA8376
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H.M. Simmelink
- P.L. van Dijke
- A.J. Japenga
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit cocaïnehandel
De rechtbank Dordrecht behandelde een ontnemingsvordering tegen een veroordeelde die meermalen cocaïne had verkocht in de periode van mei 2003 tot april 2005. De veroordeelde was reeds veroordeeld tot een gevangenisstraf voor medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet.
De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van 63.463 euro. De verdediging stelde dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de veroordeelde als ongewenst vreemdeling was uitgezet, waardoor hij zijn verdediging niet kon voeren. De rechtbank verwierp dit verweer omdat geen bewijs was dat de uitzetting bedoeld was om de verdediging te frustreren.
De rechtbank oordeelde dat de ontnemingsrapportage onvoldoende was omdat essentiële documenten, zoals verslagen van afgeluisterde telefoongesprekken, ontbraken, waardoor de berekening van het voordeel op die basis niet gevolgd kon worden. De rechtbank baseerde de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op verklaringen van de veroordeelde, afnemers van cocaïne en politieprocessen-verbaal.
Op basis van deze gegevens stelde de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op 35.140 euro en legde de veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen. De rechtbank zag geen reden om deze verplichting te matigen.
Uitkomst: De veroordeelde is veroordeeld tot betaling van 35.140 euro aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.