ECLI:NL:RBDOR:2007:BA8190
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wettelijk erfdeel wegens verzorgingsverplichting echtgenote
De rechtbank Dordrecht behandelde een zaak waarin een erfgenaam haar wettelijk erfdeel wilde opeisen uit de nalatenschap van haar overleden vader, die was hertrouwd. De vader had in zijn testament bepaald dat zijn tweede echtgenote de nalatenschap zou ontvangen onder een verzorgingsverplichting, waardoor de kinderen hun erfdeel pas na haar overlijden konden opeisen.
De erfgenaam betwistte deze boedelverdeling en vorderde een onderbouwde waardering van de nalatenschap en betaling van haar erfdeel. De tweede echtgenote stelde dat zij leeft van een weduwe-uitkering en dat het uitkeren van het wettelijk erfdeel zou leiden tot verkoop van de woning, hetgeen tegen de wil van de erflater is.
De rechtbank oordeelde dat de verzorgingsverplichting jegens de echtgenote het wettelijk erfdeel doorbreekt en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn om hiervan af te wijken. Wel werd de vordering toegewezen tot het opstellen van een onderbouwde waardering van de nalatenschap, inclusief taxatie van de woning per overlijdensdatum, om het erfdeel vast te stellen.
De proceskosten werden gecompenseerd en het meer of anders gevorderde werd afgewezen. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Vordering wettelijk erfdeel afgewezen wegens verzorgingsverplichting echtgenote, wel opdracht tot opstelling nalatenschap.