ECLI:NL:RBDOR:2007:BA4868
Rechtbank Dordrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Opheffing cliëntenraad wegens wanbeheer en gebrek aan vertrouwen door zorginstelling
De zaak betreft een geschil tussen de zorginstelling Stichting De Grote Rivieren (DGR) en het Overkoepelend Overleg Cliëntenraden (OOC), de centrale cliëntenraad. De voorzitter van het OOC had gelden, bestemd voor locatie- en circuitraden, onjuist aangewend door deze aan individuele cliënten of cliëntenraadsleden te geven. Ondanks het aanbod van ontslag door de voorzitter, besloot het OOC hem aan te houden in zijn functie.
Hierdoor ontstond een situatie waarin DGR geen vertrouwen meer kon stellen in de voorzitter, wat de samenwerking ernstig verstoorde. Pogingen tot herstel via een vertrouwenscommissie mislukten. DGR besloot daarop de cliëntenraad op te heffen en de toegang tot haar locaties te ontzeggen.
De rechtbank oordeelt dat het OOC niet langer voldeed aan de eisen van representativiteit en belangenbehartiging zoals voorgeschreven in artikel 2 lid 3 sub b van Pro de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (WMCZ). De opheffing door DGR werd daarom voorshands als terecht beschouwd. Het OOC werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen en veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het OOC niet-ontvankelijk en oordeelt dat DGR terecht de cliëntenraad heeft opgeheven wegens wanbeheer en gebrek aan vertrouwen.