RECHTBANK DORDRECHT
MEERVOUDIGE STRAFKAMER
Verstek
Parketnummer: 11/710274-07
Zittingsdatum : 1 maart 2007
Uitspraak : 15 maart 2007
De rechtbank Dordrecht heeft op grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting vonnis gewezen in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren in 1980,
wonende te [adres en woonplaats].
De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de vordering van de officier van justitie.
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in de periode van 1 mei 2006 tot en met
10 augustus 2006 te Deventer en/of Amsterdam en/of Schiedam, in elk geval in
Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te
bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse
hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een
samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1]
en/of SNS Bank heeft bewogen tot de afgifte van één of meer geldbedrag(en), in
elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen
aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk
valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid
- een adreswijziging doorgegeven aan SNS Bank uit naam van
[slachtoffer 1] en/of
- (vervolgens) een overeenkomst Internet Bankieren aangevraagd met behulp van
een handtekening van [slachtoffer 1] en/of
- (vervolgens) middels een of meer internetoverschrijving(en) (een)
geldbedrag(en) van de bankrekening(en) van die [slachtoffer 1] en/of die
[slachtoffer 2] overgeboekt,
waardoor [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of SNS Bank
(telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;
SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht
of zou kunnen leiden:
[slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of een of meer onbekend gebleven
perso(o)n(en) op een of meerdere tijdstippen in de periode van 1 mei 2006 tot
en met 10 augustus 2006 te Deventer en/of Amsterdam en/of Schiedam, in elk
geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans
alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)
wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam
en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen
en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] en/of
[slachtoffer 1] en/of SNS Bank heeft/hebben bewogen tot de afgifte van één
of meer geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, hebbende die Fransen
en/of die Reiziger en/of zijn/hun mededader(s) toen aldaar (telkens) met
vorenomschreven oogmerk
valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid
- een adreswijziging doorgegeven aan SNS Bank uit naam van
[slachtoffer 1] en/of
- (vervolgens) een overeenkomst Internet Bankieren aangevraagd met behulp van
een handtekening van [slachtoffer 1] en/of
- (vervolgens) middels een of meer internetoverschrijvingen (een)
geldbedrag(en) van de bankrekening(en) van die [slachtoffer 1] en/of die
[slachtoffer 2] overgeboekt,
waardoor [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of SNS Bank
(telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;
tot het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meerdere tijdstippen in
de periode van 1 mei 2006 tot en met 10 augustus 2006 te Schiedam en/of
Amsterdam, in elk geval in Nederland opzettelijk gelegenheid,middelen en/of
inlichtingen heeft verschaft door
- [mededaders 1] in contact te brengen met [mededader 2] en/of [mededader 3] en/of
een of meer onbekend gebleven mededader(s)
- aanwezig te zijn bij ontmoetingen tussen die [mededader 1] en één of meer
mededader(s) en/of
- aanwezig te zijn bij het pinnen van één of meer geldbedrag(en) door [mededader 1] en/of
- een deel van het gepinde geld aan te nemen als beloning;
2.1 De geldigheid van de dagvaarding
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.
2.2 De bevoegdheid van de rechtbank
Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.
2.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten en/of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.
2.4 De schorsing van de vervolging
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.
3. Het onderzoek ter terechtzitting
3.1 De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft -het primair tenlastegelegde bewezen achtend- gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van honderdzestig uren, subsidiair tachtig dagen hechtenis.
4.1 De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in de periode van 1 mei 2006 tot en met
10 augustus 2006 te Deventer en/of Amsterdam en/of Schiedam, in elk geval in
Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te
bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse
hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een
samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1]
en/of SNS Bank heeft bewogen tot de afgifte van één of meer geldbedrag(en), in
elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen
aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk
valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid
- een adreswijziging doorgegeven aan SNS Bank uit naam van
[slachtoffer 1] en/of
- (vervolgens) een overeenkomst Internet Bankieren aangevraagd met behulp van
een handtekening van [slachtoffer 1] en/of
- (vervolgens) middels een of meer internetoverschrijving(en) (een)
geldbedrag(en) van de bankrekening(en) van die [slachtoffer 1] en/of die
[slachtoffer 2] overgeboekt,
waardoor [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of SNS Bank
(telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte.
Hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.
Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.
4.2 De bewijsmiddelen
De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
De rechtbank bezigt de inhoud van de geschriften als bedoeld in artikel 344, lid 1 sub 5° van het Wetboek van Strafvordering alleen in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.
De bewijsmiddelen zullen in die gevallen, waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.
5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
Het bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
7. De redenen, die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid
7.1 Strafmotivering
De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan oplichting van de SNS Bank. Hij en zijn mededaders hebben uit naam van een rekeninghouder van de SNS Bank een adreswijziging doorgegeven aan de SNS Bank en op het gewijzigde adres de mogelijkheid tot internetbankieren aangevraagd met behulp van een handtekening van die rekeninghouder. Vervolgens hebben zij door middel van internetoverschrijvingen geldbedragen van de bankrekeningen van de rekeninghouders overgeboekt naar een Postbankrekening die met dat doel ter beschikking was gesteld door een persoon die door verdachte daarvoor was benaderd.
Verdachte en zijn mededaders hebben door hun handelen een ernstige inbreuk gemaakt op het vertrouwen dat banken en rekeninghouders in het economisch verkeer in elkaar moeten kunnen stellen. Het handelen van verdachte en zijn mededaders heeft de betrokken bank financieel nadeel opgeleverd. Daarnaast is het ook zonder meer duidelijk dat dit de rekeninghouders veel overlast en ergernis heeft bezorgd. Verdachte en zijn mededaders lieten zich uitsluitend leiden door financieel gewin.
Verdachte en zijn mededaders hebben ter uitvoering van hun plannen zeer doelbewust een kwetsbare persoon in de samenleving benaderd en voor hun karretje gespannen. De rechtbank acht dit zeer verwerpelijk en tegelijkertijd bijzonder tekenend voor de mentaliteit van verdachte en zijn mededaders en de wijze waarop zij zich in de maatschappij ten opzichte van hun medemensen menen te moeten manifesteren.
Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een werkstraf van na te melden duur dient te worden opgelegd.
8. De toepasselijke wettelijke voorschriften
De opgelegde straf is gegrond op de volgende wettelijke voorschriften:
artikelen 22c, 22d, 47, 57 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank
verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals vermeld onder 4.1 van dit vonnis;
verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart dat het bewezenverklaarde het onder 5. vermelde strafbare feit oplevert;
verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte wegens dit feit tot:
* een TAAKSTRAF voor de duur van 160 (honderdzestig) UREN, bestaande uit een werkstraf, bij het niet naar behoren verrichten te vervangen door 80 (tachtig) dagen hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. F.J.P Lock, voorzitter,
mr. W.P.M. Jurgens en mr. P.L. van Dijke, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. S. van Vugt, griffier,