ECLI:NL:RBDOR:2007:AZ9901
Rechtbank Dordrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verpachter vordert ontruiming woning na beëindiging pachtovereenkomst zonder huurbescherming
Eisers, gezamenlijk eigenaar van een agrarisch complex genaamd Hof Souburgh, hadden het complex verpacht aan een familie, laatstelijk aan de heer [betrokkene 1]. Na diens overlijden zette zijn echtgenote de pachtovereenkomst voort. De pachter verhuurde een woning die deel uitmaakte van het gepachte aan gedaagde sinds 1988. Na beëindiging van de pachtovereenkomst per 1 december 2006, vorderden eisers ontruiming van de woning door gedaagde.
Gedaagde stelde dat de huurovereenkomst voortgezet werd door eisers op grond van artikel 7:269 BW Pro, dat onderhuur beschermt bij beëindiging van de hoofdhuurovereenkomst. De rechtbank oordeelde echter dat dit artikel niet analoog toepasbaar is op pachtovereenkomsten en dat geen huurovereenkomst tussen eisers en gedaagde was ontstaan. De woning diende als arbeiderswoning binnen het gepachte en was niet zelfstandig verhuurd als woonruimte.
De rechtbank concludeerde dat gedaagde zonder recht of titel de woning gebruikte na pachtbeëindiging en veroordeelde hem tot ontruiming uiterlijk 1 april 2008. De gevorderde machtiging voor ontruiming met politie werd afgewezen als overbodig. Gedaagde werd tevens veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld de woning uiterlijk 1 april 2008 te ontruimen en te verlaten zonder huurbescherming.