ECLI:NL:RBDOR:2007:AZ8221
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen verstekvonnis wegens gebrekkige betekening en onbekendheid met vordering
In deze zaak staat een verzet tegen een verstekvonnis uit 1987 centraal. Destijds is het vonnis niet persoonlijk betekend aan opposant, en gedurende bijna twintig jaar is geen enkele daad van bekendheid met het vonnis gebleken. Pas in 2006 is het vonnis in persoon betekend, waarna opposant tijdig verzet heeft ingesteld.
Opposant stelt dat hij nooit van de eiser, Oosthoek’s Uitgeversmaatschappij B.V., heeft gehoord en zich niet kan herinneren ooit een overeenkomst te hebben gesloten. Tevens heeft hij de oorspronkelijke dagvaarding opgevraagd, die echter niet door Oosthoek is overgelegd. Oosthoek betoogt dat opposant bekend was met het vonnis vanwege een betalingsregeling, maar kon dit niet met betalingsbewijzen onderbouwen.
De kantonrechter oordeelt dat het exploot van 1987 niet persoonlijk betekend is en dat de latere betekening in 2006 als aanvangstijdstip voor het verzet geldt. Omdat Oosthoek onvoldoende bewijs heeft geleverd van bekendheid of betaling, is het verzet tijdig en gegrond. Bovendien kan opposant zich niet verdedigen tegen de oorspronkelijke vordering door het ontbreken van de dagvaarding en inhoudelijke onderbouwing. Daarom wordt het verstekvonnis vernietigd, de vordering afgewezen en Oosthoek veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Het verstekvonnis wordt vernietigd en de oorspronkelijke vordering afgewezen met veroordeling van eiser in de kosten.