ECLI:NL:RBDOR:2006:AZ4903
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken seksuele strekking bij ontucht met minderjarige
Op 7 juni 2006 werd verdachte beschuldigd van ontuchtige handelingen met een minderjarige van twaalf jaar in Goudswaard. De tenlastelegging omvatte onder meer het betasten van de billen en vagina van het slachtoffer en het inbrengen van vingers in de vagina en anus.
Tijdens de terechtzitting stelde de officier van justitie dat verdachte schuldig was en eiste een voorwaardelijke gevangenisstraf van één jaar met een proeftijd van twee jaar. De verdediging pleitte vrijspraak. De benadeelde partij vorderde een immateriële schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat hoewel verdachte de minderjarige op een ongelukkige en ondoordachte wijze had vastgepakt, er onvoldoende bewijs was voor een seksuele bedoeling. De verklaringen van verdachte en slachtoffer waren deels in overeenstemming, maar de rechtbank was niet overtuigd van het daadwerkelijk plegen van seksuele handelingen zoals het binnendringen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten. De vordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een bewezen strafbaar feit. De benadeelde partij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens het ontbreken van seksuele strekking aan zijn handelingen.