ECLI:NL:RBDOR:2006:AZ4898
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.J.P. Lock
- F.L.J.M. Heijnen
- W.J.M. Diekman
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak handel softdrugs en veroordeling voor opzettelijk vervoeren softdrugs door penitentiair medewerker
De rechtbank Dordrecht behandelde de zaak van een penitentiair inrichtingswerker die werd verdacht van het verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van meer dan 30 gram hennep binnen de periode van maart tot september 2006. De officier van justitie beschuldigde hem van het plegen van het misdrijf zoals bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de Opiumwet.
Uit het onderzoek bleek dat de verdachte ongeveer 100 gram hasj opzettelijk had vervoerd, maar onvoldoende bewijs bestond dat hij deze hoeveelheid ook had verkocht, afgeleverd of verstrekt. Daarnaast kon niet worden bewezen dat hij als ambtenaar softdrugs had verhandeld binnen de penitentiaire inrichting. Daarom sprak de rechtbank hem vrij van deze handel binnen de inrichting.
De rechtbank oordeelde dat hasj als preparaat van hennep dient te worden aangemerkt en dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan het opzettelijk vervoeren van softdrugs. Gezien zijn functie als penitentiair inrichtingswerker werd zijn gedrag als kwalijk beschouwd. De verdachte had geen eerdere soortgelijke veroordelingen en had zijn baan opgezegd. De rechtbank legde daarom een geldboete op, waarbij de tijd in voorlopige hechtenis in mindering werd gebracht.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van handel in softdrugs binnen inrichting, veroordeeld tot geldboete voor opzettelijk vervoeren van ongeveer 100 gram hasj.