ECLI:NL:RBDOR:2006:AZ4107
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake indicatie huishoudelijke verzorging en kinderopvangvoorzieningen
Verzoekster, met een lichamelijke beperking en drie jonge kinderen, ontving een indicatiebesluit voor huishoudelijke verzorging van maximaal 9,9 uur per week, wat zij onvoldoende achtte voor de zorg van haar gezin. Zij maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had onderzocht of verzoekster en haar echtgenoot gebruik konden maken van voorliggende voorzieningen zoals kinderopvang en overblijfvoorzieningen, zoals voorgeschreven in het Protocol Huishoudelijke Verzorging.
De rechtbank stelde vast dat verzoekster en haar echtgenoot niet waren geïnformeerd over de verplichting om naar alternatieve oplossingen voor de verzorging van de kinderen om te zien. Gezien de ernst van de situatie en de onvoldoende motivering van het besluit, achtte de voorzieningenrechter het bestreden besluit niet zorgvuldig voorbereid en in strijd met artikel 3:2 van Pro de Awb.
Daarom werd een voorlopige voorziening getroffen waarbij verweerder werd opgedragen uiterlijk 14 september 2006 een nieuw indicatiebesluit te nemen voor maximaal 21,9 uur huishoudelijke verzorging, geldig tot zes weken na verzending van het besluit op bezwaar. Tevens werd verweerder gelast het door verzoekster betaalde griffierecht te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verweerder wordt opgedragen een indicatie voor huishoudelijke verzorging van maximaal 21,9 uur te geven tot zes weken na het besluit op bezwaar.