ECLI:NL:RBDOR:2006:AZ1895
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- I.M.A. Hinfelaar
- E.H. van der Steeg
- F.G.H. Kristen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte schietincident Colijnstraat Dordrecht wegens onvoldoende bewijs
Op 1 mei 2006 vond in Dordrecht een schietincident plaats waarbij het slachtoffer in zijn been werd geraakt en een geparkeerde auto beschadigd raakte. Verdachte werd beschuldigd van poging tot moord met voorbedachten rade en vernieling van de auto door het afvuren van kogels.
Tijdens de terechtzitting heeft de rechtbank de processtukken en de vorderingen van de officier van justitie en de verdediging onderzocht. De verdediging voerde een bewijsverweer en bepleitte vrijspraak. De verklaringen van het slachtoffer en een getuige waren inconsistent en strookten niet met de historische belgegevens van mobiele telefoons. Daarnaast ontbrak een direct verband tussen verdachte en het gebruikte telefoonnummer, en ontkende verdachte het gebruik van dat nummer.
De rechtbank concludeerde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte de schutter was. Ook de getuige kon verdachte niet met zekerheid als schutter identificeren. Verdachte verklaarde bovendien ten tijde van het incident met zijn vriendin in bed te liggen, hetgeen werd bevestigd. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel poging tot moord als vernieling.
Verder werd het in beslag genomen imitatiewapen en stroomstootwapen aan het verkeer onttrokken. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen strafbaar feit bewezen werd. De tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf werd afgewezen omdat verdachte niet opnieuw strafbaar handelde binnen de proeftijd.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat hij de schutter was bij het schietincident.