ECLI:NL:RBDOR:2006:AZ1648
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens vermeende grove nalatigheid niet gerechtvaardigd
Eiseres trad op 1 april 2005 in dienst bij gedaagde als verkoopster/mini-lab-operator voor een contract van drie maanden tot 30 juni 2005. Op 17 juni 2005 werd zij op staande voet ontslagen wegens het te donker afdrukken van miniposters, hetgeen door eiseres werd betwist. De werkgever stelde dat sprake was van grove nalatigheid en mogelijk moedwil, maar kon dit niet overtuigend bewijzen.
Tijdens de procedure bleek dat de werkgever het dienstverband toch wilde beëindigen per 30 juni 2005 en dat de voortzetting van het contract voor de resterende twee weken niet objectief onaanvaardbaar was. Getuigenverklaringen en bewijs konden niet bevestigen dat eiseres opzettelijk of grof nalatig had gehandeld, noch dat zij gelogen had over de drukte op de bewuste dag.
De kantonrechter concludeerde dat de dringende reden voor ontslag op staande voet niet was aangetoond en dat de werkgever zich hardvochtig had opgesteld door het ontslag. Daarom werd het ontslag als onterecht beoordeeld en werd gedaagde veroordeeld tot betaling van het achterstallig salaris, wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Ontslag op staande voet niet gerechtvaardigd; werkgever veroordeeld tot betaling achterstallig loon en rente.