ECLI:NL:RBDOR:2006:AZ1504
Rechtbank Dordrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Beëindiging horecaonderneming in winkelruimte wegens schending splitsingsreglement
In deze zaak gaat het om een geschil tussen twee appartementseigenaren over het gebruik van een winkelruimte die is gesplitst in appartementsrechten. De eigenaar van de bovenwoning vordert dat de eigenaar van de winkelruimte en diens huurder de exploitatie van een horecaonderneming in de winkelruimte staken, omdat dit in strijd is met het reglement van splitsing.
De winkelruimte is verhuurd aan een huurder die sinds mei 2006 een Turks café exploiteert. De eigenaar van de bovenwoning stelt dat dit gebruik niet is toegestaan volgens het reglement, dat horecaactiviteiten in de privé-gedeelten verbiedt. De rechtbank oordeelt dat dit inderdaad een schending van het reglement is en dat de eiser recht heeft op beëindiging van deze situatie.
Hoewel de huurder investeringen heeft gedaan en afhankelijk is van het inkomen uit de onderneming, acht de rechtbank het noodzakelijk dat de exploitatie uiterlijk per 13 december 2006 wordt beëindigd, aansluitend bij het verlopen van de exploitatievergunning. Tevens wordt een dwangsom opgelegd voor het geval het verbod wordt overtreden. De vordering wordt verder afgewezen.
Uitkomst: DGV en huurder moeten per 13 december 2006 de horeca-exploitatie staken en voldoen aan het splitsingsreglement onder dwangsom.