ECLI:NL:RBDOR:2006:AZ1498
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling borgtocht en aansprakelijkheid na faillissement hoofdschuldenaar
De zaak betreft een geschil tussen ABN AMRO en een borgsteller over de borgtocht voor de failliete vennootschap J&S. De borgovereenkomst voorziet in een borgstelling tot een maximum van 75.000 gulden, vermeerderd met rente en invorderingskosten. Na het faillissement van J&S heeft ABN AMRO conservatoir beslag gelegd op onroerende zaken van de borg.
De borg voerde aan dat de borgovereenkomst was geëindigd omdat de hoofdverbintenis door het faillissement was beëindigd. De rechtbank oordeelde echter dat de hoofdverbintenis tot betaling nog bestond en dat de borgovereenkomst daarmee ook van kracht bleef. Tevens stelde de rechtbank vast dat ABN AMRO niet verplicht is eerst andere zekerheden uit te winnen voordat zij de borg aanspreekt, tenzij dit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid, wat hier niet het geval was.
De rechtbank stelde vast dat het openstaande saldo op de kredietovereenkomst EUR 12.983,73 bedraagt, niet het door ABN AMRO gevorderde hogere bedrag. De borg werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de overeengekomen rente vanaf 1 juli 2005, alsmede de proceskosten en beslagkosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De borg wordt veroordeeld tot betaling van EUR 12.983,73 met rente en kosten.