ECLI:NL:RBDOR:2006:AY9250
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.F. van der Lugt
- F.L.J.M. Heijnen
- W.P.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring dagvaarding wegens onvoldoende duidelijke tenlastelegging in zedenzaak
De rechtbank Dordrecht behandelde een zedenzaak waarin verdachte werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met een minderjarige tussen december 2004 en maart 2005. De tenlastelegging omvatte verschillende seksuele handelingen die volgens de officier van justitie verschillende verklaringen van verdachte en het slachtoffer moesten dekken.
Tijdens de terechtzitting bleek dat verdachte en het slachtoffer uiteenlopende verklaringen hadden over de datum en plaats van de gepleegde handelingen, waarbij zij elk spraken over verschillende situaties. De officier van justitie had bewust een ruime pleegperiode en meerdere feitelijkheden in de tenlastelegging opgenomen zonder een duidelijke keuze te maken tussen de verschillende situaties.
De rechtbank oordeelde dat deze onduidelijkheid in de tenlastelegging in strijd is met artikel 261 van Pro het Wetboek van Strafvordering, omdat de dagvaarding niet duidelijk maakt welk feit verdachte wordt verweten. Hierdoor kan de tenlastelegging niet als grondslag dienen voor het onderzoek op de terechtzitting.
Daarom verklaarde de rechtbank de dagvaarding nietig. Dit betekent dat de zaak niet inhoudelijk is behandeld en dat de procedure niet kan worden voortgezet op basis van de huidige dagvaarding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de dagvaarding nietig wegens onvoldoende duidelijke tenlastelegging.