ECLI:NL:RBDOR:2006:AY4292
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.W. Bezemer
- J.P.C. Obbink
- W.J.M. Diekman
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van schuld bij dodelijk verkeersongeval met shovel
Op 21 mei 2005 reed verdachte als bestuurder van een shovel op een erf te Lexmond, waar hij hooibalen verplaatste. Tijdens het achteruitrijden werd het slachtoffer, die zich op dat moment achter de shovel bevond, aangereden en later overleed hij aan de gevolgen hiervan.
De rechtbank heeft onderzocht of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan dood door schuld in het verkeer, zoals bedoeld in artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. Uit het bewijs, waaronder getuigenverklaringen, bleek dat verdachte een vaste, voor iedereen bekende route reed, dat het slachtoffer en andere aanwezigen bekend waren met de werkzaamheden en dat verdachte zijn snelheid aanpaste wanneer het slachtoffer in de rijroute was.
Hoewel het slachtoffer zich onverwacht achter de shovel bevond, was dit voor verdachte niet kenbaar. De shovel heeft een dode hoek waardoor het onmogelijk was het slachtoffer te zien. Verdachte keek afwisselend naar voren, in zijn spiegels en naar de plaats waar de hooibalen werden gestapeld. Het waarschuwingssysteem voor achteruitrijden was uitgeschakeld, maar dit was niet verplicht.
De rechtbank concludeerde dat verdachte niet zodanig onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam heeft gehandeld dat aan het schuldvereiste was voldaan. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit. De vordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van dood door schuld in het verkeer wegens ontbreken van ernstig verwijtbaar handelen.