ECLI:NL:RBDOR:2006:AX8755
Rechtbank Dordrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering laagste inschrijver in onderhandse aanbesteding nieuwbouw woning
In deze zaak vordert een aannemingsbedrijf, als laagste inschrijver, dat de opdracht voor de nieuwbouw van een woning alsnog aan haar wordt gegund. De opdrachtgever, een particulier, had meerdere aannemers uitgenodigd voor een prijsopgave, maar gunde de opdracht aan een andere aannemer dan de laagste inschrijver.
De voorzieningenrechter stelt vast dat er sprake is van een onderhandse aanbesteding, maar dat er geen toepasselijke aanbestedingsrichtlijnen of -reglementen gelden. De eiseres beroept zich op een arrest van de Hoge Raad uit 2003, waarin werd geoordeeld dat de algemene beginselen van aanbestedingsrecht gelden voor zorgverzekeraars, maar de voorzieningenrechter oordeelt dat deze beginselen niet zonder meer van toepassing zijn op particuliere aanbestedingen.
De rechter overweegt dat de opdrachtgever zich wel moet gedragen naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid in de precontractuele fase, maar dat het niet toewijzen van de opdracht aan de laagste inschrijver niet onrechtmatig is, mede omdat de opdrachtgever ook andere criteria zoals bouwstijl en positieve referenties heeft meegewogen. De vorderingen worden daarom afgewezen en de eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot gunning opdracht aan laagste inschrijver wordt afgewezen wegens niet-toepassing algemene aanbestedingsbeginselen en ontbreken onrechtmatig handelen.