ECLI:NL:RBDOR:2006:AX1110
Rechtbank Dordrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Voorzieningenrechter onbevoegd wegens arbitraal beding in aannemingsovereenkomst
In deze zaak vordert eiser nakoming van een arbitraal vonnis en herstel van gebreken aan een monumentaal pand, alsmede betaling van schadevergoeding en dwangsommen wegens niet-nakoming door de aannemer KWA. De zaak betreft een executiegeschil voortvloeiend uit een aannemingsovereenkomst met een arbitraal beding dat arbitrage voorschrijft voor geschillen tussen partijen.
Eiser stelt dat KWA niet aan het arbitraal vonnis heeft voldaan en dat herstelwerkzaamheden onvoldoende zijn uitgevoerd, met name aan de hemelwaterafvoeren en het stucwerk. KWA betwist de bevoegdheid van de voorzieningenrechter en voert aan dat de vorderingen binnen het arbitraal beding vallen en dus door arbiters moeten worden behandeld. Tevens betwist KWA de schadeclaims en het spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter oordeelt dat alle gevorderde voorzieningen voortvloeien uit de aannemingsovereenkomst en dat sprake is van geschillen zoals bedoeld in het arbitraal beding. Nu de statuten van de Raad van Arbitrage voor de Bouw regelingen bevatten voor spoedgeschillen en voorlopige voorzieningen, en er geen aanwijzingen zijn dat het arbitraal beding ongeldig is, is de voorzieningenrechter onbevoegd. De vorderingen dienen binnen het kader van de arbitrage te worden behandeld.
Daarom verklaart de voorzieningenrechter zich onbevoegd en veroordeelt eiser in de proceskosten. Dit vonnis benadrukt het belang van het respecteren van arbitraal bedingen en de exclusieve bevoegdheid van arbiters bij geschillen voortvloeiend uit de overeenkomst.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd en veroordeelt eiser in de proceskosten.