ECLI:NL:RBDOR:2006:AW7892
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens vermeende inbreuk op genotsrecht door versmalling sloot
Eisers en gedaagde zijn buren met aan elkaar grenzende percelen gescheiden door een sloot waarvan de grens in de lengterichting onder de sloot loopt. Gedaagde heeft de beschoeiing van zijn perceel verplaatst, waardoor de sloot smaller werd. Hiervoor is vergunning verleend, waartegen eisers bezwaar en beroep instelden zonder succes.
Eisers stelden dat de versmalling van de sloot hun genots- en gebruiksrecht schond en dat gedaagde onrechtmatig handelde. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende is gebleken dat het genotsrecht daadwerkelijk werd aangetast. De sloot bleef bruikbaar voor baden, schaatsen, varen en vissen, en onderhoud bleef mogelijk. De veiligheid van het erf van eisers werd niet aannemelijk verminderd.
Gedaagde stelde een reconventionele vordering in voor vergoeding van gemaakte kosten, maar deze werd niet-ontvankelijk verklaard omdat deze niet tijdig was ingesteld. De rechtbank veroordeelde eisers in de proceskosten, die aan de zijde van gedaagde nihil werden vastgesteld.
Uitkomst: De vordering van eisers wordt afgewezen en de reconventionele vordering van gedaagde wordt niet-ontvankelijk verklaard.