ECLI:NL:RBDOR:2006:AV2283

Rechtbank Dordrecht

Datum uitspraak
22 februari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
NN14/05
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 5:14 BWArt. 3:86 BWArt. 552f SvArt. 36b Sr
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onttrekking aan het verkeer van personenauto met gestolen motorblok

De raadkamer van de rechtbank Dordrecht behandelde de vordering van de officier van justitie tot onttrekking aan het verkeer van een personenauto waarin een gestolen motorblok was ingebouwd.

Uit het onderzoek bleek dat de auto toebehoorde aan belanghebbende 1, die het voertuig had gekocht voor circa EUR 5.500 op een autoveiling, en dat het motorblok apart was aangeschaft via internet voor EUR 2.250, maar niet bij een erkend bedrijf. Het motorblok bleek gestolen te zijn, wat een strafbaar feit oplevert volgens artikel 310 Sr Pro.

Op grond van artikel 5:14 lid 3 BW Pro worden de auto en het motorblok als één geheel beschouwd. De raadkamer oordeelde dat het bezit van het voertuig met het gestolen motorblok in strijd is met de wet en het algemeen belang, en verklaarde de auto onttrokken aan het verkeer.

Daarnaast werd aan belanghebbende 1 een vergoeding van EUR 5.500 toegekend ter compensatie van het aankoopbedrag van de auto, om onevenredige benadeling door de onttrekking te voorkomen. Een vergoeding voor accessoires werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

De beschikking werd openbaar uitgesproken op 22 februari 2006 door mr. dr. M.J.A. Plaisier.

Uitkomst: De personenauto met het gestolen motorblok is onttrokken aan het verkeer en belanghebbende 1 krijgt een vergoeding van EUR 5.500.

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT
Parketnummer: NN14/05
Registratienummer: 05/298
Beschikking van de enkelvoudige raadkamer van de rechtbank te Dordrecht op de vordering van de officier van justitie in dit arrondissement ex artikel 552f van het Wetboek van Strafvordering d.d. 31 oktober 2005, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 3 november 2005, er toe strekkende dat de in beslag genomen voorwerpen, toebehorende aan:
Belanghebbende,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [adres en woonplaats],
hierna te noemen: [belanghebbende 1],
bijgestaan door mr. E.M. van den Oudenaller, advocaat te Dordrecht,
door de raadkamer van deze rechtbank onttrokken aan het verkeer worden verklaard.
De procedure
De raadkamer heeft kennisgenomen van het strafdossier en heeft het klaagschrift op 23 november 2005 en 8 februari 2006 in het openbaar behandeld, ter gelegenheid waarvan [belanghebbende 1], bijgestaan door zijn raadsvrouw, en de officier van justitie zijn gehoord.
[Belanghebbende 2] is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, telkens niet verschenen.
Blijkens een kennisgeving van inbeslagneming is door de regiopolitie Zuid-Holland-Zuid op 2 februari 2005 onder [belanghebbende 2] in beslag genomen:
1 personenauto, Volkswagen Golf TDI 74 K, chassisnummer WVWZZZ1JZ1D442570.
Beoordeling van de vordering
Bevoegdheid
De raadkamer is bevoegd tot het geven van een beslissing als bedoeld in artikel 36b, eerste lid onder 4° van het Wetboek van Strafrecht, aangezien de zaak voor deze rechtbank had kunnen worden vervolgd.
Ontvankelijkheid
Uit het verhandelde ter zitting en de processtukken is genoegzaam gebleken dat de officier van justitie de zaak tegen beide belanghebbenden heeft geseponeerd.
De officier van justitie is daarom ontvankelijk in zijn vordering.
Verdere beoordeling van de vordering
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij zijn vordering.
[Belanghebbende 1] heeft teruggave verzocht van de personenauto met uitzondering van het motorblok.
Op grond van het onderzoek in openbare raadkamer is voldoende vast komen te staan dat het inbeslaggenomene toebehoort aan [belanghebbende1] en tevens dat met betrekking tot het inbeslaggenomene -meer specifiek het motorblok- een strafbaar feit is begaan, te weten diefstal zoals is bepaald bij artikel 310 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
[Belanghebbende 1] heeft -naar eigen zeggen- de personenauto gekocht voor een bedrag van ongeveer EUR 5.500,= op een autoveiling te Barneveld.
Vast staat dat, blijkens het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), het voertuigindentificatienummer (VIN) van de personenauto door de fabrikant is aangebracht en er geen veranderingen zijn geconstateerd aan dat nummer. De auto bleek te zijn overgespoten.
Voorts heeft [belanghebbende 1] via internet een motorblok gekocht voor een bedrag van
EUR 2.250,=. [Belanghebbende 1] heeft het aankoopbedrag contact betaald. De raadkamer stelt voorts vast dat het motorblok niet is gekocht bij een erkend bedrijf.
Vast staat dat, blijkens het rapport van het NFI, het motorblok behoort bij een voertuig met een ander VIN dan het onderhavige. De omstandigheden bij de aankoop van het motorblok brengen met zich dat [belanghebbende 1] niet als verkrijger te goeder trouw wordt beschouwd en aldus niet de bescherming van artikel 3:86 van Pro het Burgerlijk Wetboek geniet.
[Belanghebbende 1] heeft het motorblok in de auto gebouwd.
Op basis van artikel 5:14, derde lid van het Burgerlijk Wetboek moet de auto en het van diefstal afkomstige motorblok als één geheel beschouwd worden.
De raadkamer is van oordeel dat het inbeslaggenomene -de auto met daarin het gestolen motorblok- van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang, welke bij gelegenheid van het onderzoek naar het feit waarvan hij werd verdacht, is aangetroffen.
De vordering zal derhalve worden toegewezen.
De raadkamer zal een geldelijke tegemoetkoming -het aankoopbedrag van de personenauto- toekennen aan [belanghebbende 1] om te voorkomen dat hij door de onttrekking aan het verkeer van het inbeslaggenomen voorwerp onevenredig zou worden getroffen. Voor een verdere tegemoetkoming in verband met in de auto ingebouwde accessoires is geen plaats nu de veronderstelde schade niet is onderbouwd.
BESLISSING:
De raadkamer:
- wijst de vordering van de officier van justitie toe;
- verklaart onttrokken aan het verkeer:
personenauto, Volkswagen Golf TDI 74 K, chassisnummer WVWZZZ1JZ1D442570;
- kent aan [belanghebbende 1] voornoemd een vergoeding toe van EUR 5.500,=.
Deze beschikking is gegeven door mr. dr. M.J.A. Plaisier, lid van de raadkamer, in tegenwoordigheid van de griffier R. van Andel, en in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2006.