ECLI:NL:RBDOR:2006:AV2006
Rechtbank Dordrecht
- Kort geding
- P.G.J. de Heij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering opheffing conservatoir beslag op woning wegens ontbreken spoedeisend belang
In deze kort geding procedure vordert eiser de opheffing van een conservatoir beslag dat door de vennootschappen op zijn aandeel in een woning is gelegd. De vennootschappen menen een vordering te hebben wegens tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst van opdracht. De voorzieningenrechter heeft eerder verlof verleend tot het leggen van het beslag.
Eiser stelt dat er geen gegronde vrees voor verduistering bestaat, dat de vordering onjuist tegen hem is ingesteld en dat het beslag onnodig is vanwege zijn solvabiliteit en een tegenvordering van zijn besloten vennootschap. De vennootschappen betwisten het spoedeisend belang van eiser.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang ontbreekt omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij door het beslag wordt gehinderd, bijvoorbeeld door verkoop of bezwaren van de woning. Het enkele feit dat eiser het beslag niet wil dulden is onvoldoende. Daarom wordt eiser niet-ontvankelijk verklaard en veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot opheffing conservatoir beslag afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang; eiser veroordeeld in proceskosten.