ECLI:NL:RBDOR:2005:AT7222
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid werkgever en inlener voor bedrijfsongeval met val van trapje
Op 30 september 2002 is werknemer [X], in dienst bij Van Hattem en uitgeleend aan Mercon, tijdens laswerkzaamheden van een trapje gevallen en heeft daarbij zijn pols gebroken. De rechtbank stelt vast dat Van Hattem als werkgever en Mercon als inlener in beginsel aansprakelijk zijn voor de geleden schade.
Van Hattem en Mercon betwisten de aansprakelijkheid, maar kunnen niet aantonen dat zij voldeden aan de zorgplicht uit artikel 7:658 lid 1 BW Pro of dat de schade het gevolg was van opzet of bewuste roekeloosheid van [X]. De arbeidsinspectie stelde vast dat Mercon niet voldeed aan de veiligheidsvoorschriften, wat leidde tot een boete. Mercon gaf geen instructies over het veilig gebruik van trapjes en ging onterecht uit van de toelaatbaarheid van het plaatsen van een trapje met rubberen doppen op een schuine ondergrond.
De rechtbank oordeelt dat Mercon zich had moeten informeren over de werkzaamheden en passende veiligheidsmaatregelen had moeten treffen, mede gezien het gevaar van werken op hoogte. Omdat Van Hattem en Mercon niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij aan hun verplichtingen voldeden, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk voor de schade van [X]. De gevorderde verklaring voor recht en de verwijzing naar de schadestaatprocedure worden toegewezen. Van Hattem en Mercon worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Van Hattem en Mercon zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de schade van werknemer [X] na val van trapje.