ECLI:NL:RBDOR:2005:AT6250
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling kredietvergoeding en rente onder Wet op het Consumentenkrediet
In deze civiele procedure vordert eiseres betaling van een bedrag aan kredietvergoeding en rente van gedaagden. Gedaagden zijn verstek verleend. Eiseres stelt dat de buitengerechtelijke kosten onder de toegestane kredietvergoeding vallen, maar de rechtbank oordeelt dat deze kosten incassokosten betreffen die niet in rekening mogen worden gebracht volgens artikel 33 jo Pro. 34 van de Wet op het Consumentenkrediet.
De rechtbank wijst de incassokosten en de daarover gevorderde BTW af, maar wijst de overige vordering van eiseres toe. De rente wordt toegekend met inachtneming van het maximale toegestane percentage volgens de Wet op het Consumentenkrediet. Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €11.389,92 plus wettelijke rente over €11.341,39 vanaf 25 november 2004.
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard onder de voorwaarde dat eiseres voldoende zekerheid stelt indien gedaagden in beroep gaan. Tevens worden gedaagden veroordeeld in de proceskosten tot een bedrag van €829,78. Het vonnis is gewezen door rechter H.T.J.F. Verhappen en uitgesproken op 9 maart 2005.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van €11.389,92 plus wettelijke rente, incassokosten worden afgewezen.