ECLI:NL:RBDOR:2004:AR4204
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod op gedwongen ECT-behandelingen bij patiënt met schizofrenie
De zaak betreft een kort geding waarin eiser, een patiënt met schizofrenie en andere psychiatrische stoornissen, vordert dat de Stichting De Grote Rivieren wordt verboden om hem nog Electro Convulsie Therapie (ECT) toe te dienen. Eiser verblijft op grond van een machtiging Wet BOPZ in een psychiatrisch ziekenhuis en ondergaat sinds september 2004 tweemaal per week ECT.
Eiser stelt dat de dwangbehandeling onnodig en disproportioneel is, en dat er geen acuut gevaar is dat dit rechtvaardigt. Hij beroept zich op zijn lichamelijke integriteit en het zelfbeschikkingsrecht, verwijzend naar artikel 3 EVRM Pro. De Stichting betwist dit en voert aan dat ECT noodzakelijk is om het gevaar voortvloeiend uit zijn psychiatrische stoornis af te wenden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van gevaar voor eiser en anderen, en dat eerdere medicatie en separatie onvoldoende effect hadden. ECT wordt als een medisch geaccepteerde en zelfs eerste keuzebehandeling beschouwd. Er is geen aannemelijk bewijs dat ECT schade veroorzaakt zoals hersenbeschadiging. Alternatieven zoals dwangmedicatie met Leponex zijn praktisch onuitvoerbaar.
De rechter concludeert dat ECT in redelijke verhouding staat tot het doel en geschikt is om het gevaar te verminderen. Het ontbreken van toestemming leidt niet tot schending van artikel 3 EVRM Pro. De vorderingen worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verbod op gedwongen ECT-behandelingen af en veroordeelt eiser in de proceskosten.