ECLI:NL:RBDOR:2004:AP4401
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in Turkse eerwraakzaak wegens ontbreken medeplegen en bewijs vrijheidsberoving
In deze zaak stond verdachte terecht voor medeplegen van poging tot moord op zijn kleindochter en voor vrijheidsberoving van een ander familielid. Het misdrijf vond plaats in de periode van 30 november tot 3 december 2003 in Nederland. Verdachte was de initiatiefnemer van het plan om de kleindochter te doden en moedigde de dader aan, maar er ontbrak een bewuste, nauwe en volledige samenwerking die vereist is voor medeplegen.
De rechtbank oordeelde dat verdachte niet betrokken was bij de feitelijke uitvoeringshandelingen zoals het aanschaffen van het wapen of het bepalen van modus operandi, tijdstip en locatie. Ook kon niet worden bewezen dat verdachte deelnam aan de vrijheidsberoving van het andere familielid. De dagvaarding was bovendien nietig voor het subsidiaire tenlastegelegde uitlokking wegens onvoldoende feitelijke uitwerking.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en hief het bevel tot voorlopige hechtenis. De uitspraak benadrukt dat betrokkenheid bij voorbereiding en aanmoediging niet automatisch leidt tot medeplegen zonder nauwe en bewuste samenwerking bij de uitvoering.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen poging moord en vrijheidsberoving wegens ontbreken van bewuste nauwe samenwerking en onvoldoende bewijs.