ECLI:NL:RBDOR:2003:AN4780
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- K.H.J. Puite
- F.W. van Lottum
- M.A.C. Prins
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid en omzetting gevangenisstraf Venezuela naar Nederlandse straf
De rechtbank Dordrecht behandelde de vordering tot tenuitvoerlegging van een onherroepelijke Venezolaans vonnis tegen de veroordeelde wegens drugshandel van 25 kilo cocaïne. Het vonnis was onherroepelijk geworden na afwijzing van hoger beroep in Venezuela. De rechtbank stelde vast dat aan de voorwaarden van het Verdrag tussen Nederland en Venezuela en de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (WOTS) was voldaan.
De verdediging voerde aan dat de veroordeelde geen eerlijk proces had gehad, omdat ontlastende getuigen niet waren gehoord. De rechtbank verwierp dit verweer, stellende dat de getuigenverklaringen wel waren toegelaten en dat het hoger beroep zich beperkte tot een ander verweer dat was verworpen. Ook was geen sprake van flagrante strijd met het EVRM.
De rechtbank paste de buitenlandse straf om naar een Nederlandse gevangenisstraf van 774 dagen, aanzienlijk lager dan de oorspronkelijke tien jaar. Dit vanwege de schending van de redelijke termijn, de zware detentieomstandigheden in Venezuela, het ontbreken van familiebezoek en de psychische gevolgen voor de veroordeelde. De tijd die de veroordeelde in Venezuela en Nederland al in detentie had doorgebracht, werd in mindering gebracht. De bewaring in Nederland werd opgeheven.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de tenuitvoerlegging toelaatbaar en legt een gevangenisstraf van 774 dagen op met aftrek van reeds uitgezeten tijd.