ECLI:NL:RBDOR:2003:AN4666
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor moord met verminderd toerekeningsvatbaarheid en schadevergoeding
De rechtbank Dordrecht heeft op 30 oktober 2003 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die ervan werd beschuldigd zijn zus op 9 mei 2003 met voorbedachten rade te hebben vermoord door haar meerdere malen met een mes te steken. De dagvaarding was geldig en de rechtbank was bevoegd en ontvankelijk om kennis te nemen van de zaak. De verdediging voerde een strafmaatverweer, terwijl de officier van justitie een gevangenisstraf van 15 jaar vorderde.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte het slachtoffer met opzet en na kalm beraad heeft gedood. Deskundigen concludeerden dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was vanwege een aanzienlijke subjectieve lijdensdruk door stemmen die hij aan zijn zus toeschreef, gekoppeld aan minderwaardigheidsgevoelens en identiteitsproblematiek. De rechtbank volgde deze conclusie ondanks het ontbreken van een harde diagnose.
De straf werd bepaald op 15 jaar gevangenisstraf, mede vanwege de ernst van het delict, de planning en de gruwelijkheid van de moord, die op klaarlichte dag in de woning van het slachtoffer plaatsvond, terwijl het jonge zoontje getuige was. Daarnaast werden schadevergoedingen toegekend aan de echtgenoot en het zoontje van het slachtoffer, met een voorschot van respectievelijk €38.679 en €15.000, inclusief rente en proceskosten. Niet-ontvankelijkheid werd uitgesproken voor bepaalde schadeposten die niet direct verband hielden met het bewezen feit. Civiele maatregelen werden opgelegd als waarborg voor de schadevergoeding.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf voor moord met verminderd toerekeningsvatbaarheid en toekenning van schadevergoedingen aan benadeelden.